Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV9158

Datum uitspraak2005-11-09
Datum gepubliceerd2006-04-07
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Alkmaar
Zaaknummers173101-04-4674 WG
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Verzetzaak. Daad van bekendheid. De kantonrechter stelt voorop dat het in beginsel moet gaan om een daad van bekendheid van de veroordeelde zelf. In het algemeen mag een buiten een geding verrichte handeling van de advocaat of een andere gemachtigde van de veroordeelde waaruit de bekendheid met het vonnis van deze gemachtigde blijkt, niet met een daad van bekendheid van de veroordeelde worden vereenzelvigd. Dit neemt echter niet weg dat - bijzondere omstandigheden daargelaten - aangenomen mag worden dat aan zo’n daad van de advocaat of van een andere gemachtigde overleg met de veroordeelde zelf zal zijn voorafgegaan.


Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR Sector Kanton Locatie Alkmaar Zaaknr/rolnr.: 173101-04-4674 WG Uitspraakdatum: 9 november 2005 Vonnis in de zaak van: [opposant] te Alkmaar opposant verder ook te noemen: [opposant] [toev. 4EU6589] gemachtigde: mr. M.C.A. Stoop, advocaat te Heerhugowaard tegen de stichting Woningstichting Vitalis te Amersfoort geopposeerde verder ook te noemen: Vitalis gemachtigde: F.J.M. van der Meer en J.G. Philipsen, gerechtsdeurwaarders te Alkmaar. Het verdere procesverloop 1. In deze zaak is op 27 april 2005 een tussenvonnis gewezen. 2. De kantonrechter blijft bij hetgeen in dit tussenvonnis is gesteld en overwogen. 3. Kort samengevat is de kern van het geschil gelegen in het volgende. Vitalis heeft de woning [adres] te Heerhugowaard verhuurd aan [opposant]. Deze woning is naar de mening van Vitalis bij beëindiging van de huur niet in dezelfde goede staat opgeleverd als waarin [opposant] deze heeft ontvangen. Vitalis heeft [opposant] aansprakelijk gesteld voor de door haar gemaakte herstelkosten groot € 6.603,05 te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke incassokosten. Bij verstekvonnis van 13 december 2000 is [opposant] ook hiertoe veroordeeld. 4. Bij verzetdagvaarding van 18 oktober 2004 heeft [opposant] vervolgens gevorderd dat hij zal worden ontheven van dit tegen hem gewezen verstekvonnis, met niet-ontvankelijkverklaring c.q. afwijzing van het gevorderde en met veroordeling van Vitalis in de kosten van dit verzet. 5. Bij voornoemd tussenvonnis is Vitalis in de gelegenheid gesteld om haar stelling dat het onderhavige verzet niet tijdig is gedaan met concrete bescheiden nader te onderbouwen. 6. Bij akte van 3 augustus 2005 heeft Vitalis ter voldoening aan dit tussenvonnis een nadere toelichting gegeven. 7. Namens [opposant] is daarop bij antwoordakte d.d. 28 september 2005 gereageerd. 8. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. 9. Ten slotte is heden opnieuw uitspraak bepaald. De verdere beoordeling van het geschil Ten aanzien van de tijdigheid van het verzet 10. Vast staat dat het verstekvonnis noch een uit kracht daartoe opgemaakte akte in persoon aan [opposant] is betekend. 11. Art. 81 lid 1 Rv (oud) bepaalt onder meer dat het verzet moet worden gedaan binnen veertien dagen na het plegen door de veroordeelde van een daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis de veroordeelde bekend is. Bekendheid met de volledige inhoud van het verstekvonnis is niet noodzakelijk. Het gaat om de bekendheid met de hoofdinhoud van het vonnis. 12. Onder het plegen van een daad van bekendheid moet worden verstaan iedere gedraging van de veroordeelde waarin diens bekendheid met het vonnis besloten ligt, waaronder begrepen de kennisneming zelf (HR 2 mei 1958, NJ 1958,320). 13. Vooropgesteld dient te worden dat het in beginsel moet gaan om een daad van bekendheid van de veroordeelde zelf en dat in het algemeen een buiten een geding verrichte handeling van de advocaat of een andere gemachtigde van de veroordeelde waaruit de bekendheid met het vonnis van deze gemachtigde blijkt, niet met een daad van bekendheid van de veroordeelde mag worden vereenzelvigd. Dit neemt echter niet weg dat - bijzondere omstandigheden daargelaten - aangenomen mag worden dat aan zo’n daad van de advocaat of van een andere gemachtigde overleg met de veroordeelde zelf zal zijn voorafgegaan. 14. Vast staat dat door de moeder van [opposant] op 3 september 2004 telefonisch contact is opgenomen met Vitalis, dit kennelijk in ieder geval naar aanleiding van een schrijven van de gemachtigde van Vitalis d.d. 31 augustus 2004 waarin melding wordt gemaakt van een veroordeling op 13 december 2000 tot betaling van een bedrag van € 8.394,03 aan Vitalis betreffende “de schade aan de woning”. 15. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval ervan mag worden uitgegaan dat [opposant] zelf - voorafgaande aan de telefonische reactie van zijn moeder op 3 september 2004 - geweten heeft dat hij (bij verstek) was veroordeeld tot betaling van de in geding zijnde herstelkosten. Bij conclusie van antwoord is immers door [opposant] zelf gesteld dat hij het schrijven van de deurwaarder van 31 augustus 2004 heeft ontvangen (conclusie van antwoord onder 9). Een en ander overziend houdt de kantonrechter het er voor dat [opposant] voorafgaande aan de telefonische reactie van zijn moeder op 3 september 2004 kennis heeft genomen van de hoofdinhoud van het verstekvonnis. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat [opposant] geacht mag worden op dat moment met deze kwestie bekend te zijn geweest aangezien uit de overgelegde stukken naar voren is gekomen dat ook in 2000 reeds voorafgaande aan het verstekvonnis tussen partijen hierover is gesproken. Dit kennisnemen van de hoofdinhoud van het verstekvonnis dient als een daad van bekendheid te worden beschouwd. 16. Het vorenstaande leidt de kantonrechter tot de conclusie dat [opposant] met de verzetdagvaarding d.d. 18 oktober 2004 niet tijdig in verzet is gekomen zodat hij niet-ontvankelijk is in zijn verzet tegen het verstekvonnis van 13 december 2000 en dat het verstekvonnis dient te worden bekrachtigd. 17. [Opposant] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en zal mitsdien worden belast met de proceskosten. De beslissing De kantonrechter: Verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het vonnis op 13 december 2000 tussen Vitalis als eisende partij en [opposant] als gedaagde partij bij verstek gewezen. Veroordeelt [opposant] in de proceskosten, die tot heden voor Vitalis worden vastgesteld op een bedrag van € 540,00 voor salaris van de gemachtigde van Vitalis, waarover [opposant] geen BTW verschuldigd is. Dit vonnis is gewezen door mr.drs. J.H.A.C. Everaerts, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 9 november 2005 in het openbaar uitgesproken.